Steeds minder mensen in de bijstand

Steeds minder Brunssumers doen een beroep op de bijstand. Dat blijkt uit cijfers van ISD BOL. Op 1 oktober 2015 telde Brunssum 900 cliënten.

Na het uitbreken van de crisis steeg het aantal mensen in de bijstand van 764 in 2008 naar 888 in 2010, en naar 924 in 2015. Sinds begin dit jaar daalt het aantal cliënten. 2015 is daarmee het eerste jaar sinds het uitbreken van de crisis waarin Brunssum erin slaagt om méér mensen uit te laten stromen naar een baan dan dat er mensen een uitkering aanvragen.

Tegen de landelijke trend
Oorzaak van dit succes is niet de aantrekkende economie. De (langdurige) werkloosheid in Nederland daalt nog niet en in het eerste kwartaal van dit jaar is de bijstand landelijk nog gestegen. Dat de cijfers in Brunssum tegen de landelijke trends ingaan, komt door de specifieke lokale aanpak. Hierbij wordt verschillende middelen ingezet om mensen die een beroep doen op de bijstand te activeren. Dat gebeurt in eerste instantie via werk, maar Brunssum activeert cliënten ook via scholing of vrijwilligerswerk.

Betere Buren
Brunssum zet banenmakelaars in om werkzoekenden met goede baankansen actief naar betaald werk te begeleiden. Begin dit jaar is ook een Duitse banenmakelaar aan de slag gegaan die werkgevers in het Duitse grensgebied benadert.

Cliënten die nog niet helemaal gereed zijn voor de arbeidsmarkt, krijgen een ontwikkeltraject aangeboden bij Betere Buren. Dat gebeurt met begeleiding, coaching en, waar nodig, extra scholing.

Cliënten die vanwege fysieke of sociale beperkingen meer tijd en ondersteuning nodig hebben, doen vrijwilligerswerk en dragen op die manier een steentje bij. Zo blijven ze actief deelnemen aan de maatschappij. Cliënten die niet op ‘eigen kracht’ als vrijwilliger aan de slag kunnen, worden daarbij geholpen door een speciale wijkconsulent.

Op eigen kracht
De gemeente Brunssum poogt mensen mee te laten doen op het niveau dat bij hem of haar past. Wethouder Hugo Janssen: “In 2014 en 2015 hebben wij ons complete cliëntenbestand gescreend. Daarbij hebben we van iedereen in kaart gebracht: wat kan hij of zij, wat zijn de talenten en vaardigheden? De eerste inspanning is gericht op het vinden van werk, of scholing. Als dat door omstandigheden niet kan, wordt gezocht naar een andere vorm van actief zijn.”

Hugo Janssen wijst daarbij op het belang van participatie (“iedereen doet mee”). “De afgelopen jaren hebben we steeds meer mogelijkheden ontwikkeld om cliënten een plek en opstap naar werk te kunnen geven. Betere Buren. Duitse banenmakelaars. Wijkconsulenten. Tegelijkertijd benaderen we onze cliënten anders. Vroeger lieten we mensen met beperkingen thuiszitten. Nu niet meer. Nu kijken we naar wat iemand nog eventueel kan. Want iedereen heeft talenten. Die ‘eigen kracht’ zetten we nu in. Meer dan eerst. En met succes”.